Аrias
Duo's...
Opera's
Cantates
Componisten
Switch to English

Les contes d'Hoffmann

Componist: Offenbach Jacques

Аrias (bladmuziek voor spraak en piano):

Antonia (Sopraan)

Elle a fui, la tourtelle

Coppèlies (Bariton/Bas)

J'ai des yeux

Councillor Lindorf (Bariton/Bas)

Dans les rôles d'amoureux langoureux

Dapertutto (Bariton/Bas)

Scintille, diamant

Frantz (Tenor)

Jour et nuit je me mets en quatre

Hoffmann (Tenor)

Allons! Courage et confiance...Ah! vivre deux!Amis, l'amour tendre et rêveurIl était une fois à la cour d'EisenachO Dieu! de quelle ivresse

Nicklausse (Mezzo)

Une poupèe aux yeux d'èmail

Olympia (Sopraan)

Les oiseaux dans la charmille (The Doll Song)

Ensembles (bladmuziek voor spraak en piano):

C'est une chanson d'amour. Antonia (Sopraan) Hoffmann (Tenor)Deux heures devant moi. Councillor Lindorf (Bariton/Bas) Luther (Bas)Hélas! Mon coeur s'égare encore!. Hoffmann (Tenor) Giulietta (Sopraan) Pitichinaccio (Tenor) Dapertutto (Bariton/Bas)Ils se sont éloignés enfin!. Hoffmann (Tenor) Olympia (Sopraan)Malheureux! Tu ne comprends donc pas. Giulietta (Sopraan) Hoffmann (Tenor)Par Dieu! j'étais bien sûr. Hoffmann (Tenor) Nicklausse (Mezzo)Tu me fuis?. Hoffmann (Tenor) Nicklausse (Mezzo) Coppèlies (Bariton/Bas)

Zangpartituur

"Les contes d'Hoffmann" PDF 3Mb "Les contes d'Hoffmann" PDF 6Mb "Les contes d'Hoffmann" PDF 6Mb "Les contes d'Hoffmann" PDF 15Mb "Les contes d'Hoffmann" PDF 16Mb "Les contes d'Hoffmann" PDF 17Mb "Les contes d'Hoffmann" PDF 18Mb "Les contes d'Hoffmann" PDF 21Mb "Les contes d'Hoffmann" PDF 23Mb "Les contes d'Hoffmann" PDF 23Mb "Les contes d'Hoffmann" PDF 38Mb
Cover, title, preliminaries PDF 1MbAct I PDF 2MbBarcarolle (Act IV). PDF 0MbBarcarolle (Act IV). PDF 0MbBarcarolle (Act IV). Complete score "Lovely Night O Tender Night" PDF 0Mb

Orkestpartituren

"Les contes d'Hoffmann" PDF 12Mb "Les contes d'Hoffmann" PDF 12Mb "Les contes d'Hoffmann" PDF 13Mb "Les contes d'Hoffmann" PDF 15Mb
Complete (1907 revision). Act IV: Tableau 2, Finale PDF 4MbEntr'acte and Barcarolle (Acte IV). Full Score PDF 0MbScintille Diamant (Dappertutto Aria, Act III). PDF 0Mb
Dans les rôles d'amoureux langoureux. Councillor LindorfIl était une fois à la cour d'Eisenach. HoffmannDuo de la politesse (Hoffmann, Lindorf)J'ai des yeux. CoppèliesIntermezzoAllons courage et confiance (Hoffmann)Les oiseaux dans la charmille (The Doll Song). OlympiaWalsVoyez la sous son éventail (Nicklausse)Une poupèe aux yeux d'èmail. NicklaussePreludeGlou glou glou glouLe conseiller Lindorf (Lindorf, Andrès)Deux heures devant moi. Councillor Lindorf (Bariton/Bas) Luther (Bas)Drig, drig, maitre Luther (Hoffmann, Luther)Vive Dieu, mes amis (Lindorf, Hoffmann, Nicklausse)Peuh! cette bière est détestable (Hoffmann, Nicklausse, Lindorf)Je vous dis (Hoffmann, Lindorf, Nicklausse)O Dieu! de quelle ivresse. HoffmannAmis, l'amour tendre et rêveur. HoffmannScintille, diamant. DapertuttoBelle nuit (Barcarolle) (Giulietta, Nicklausse)Elle a fui, la tourtelle. AntoniaSi ta presence m'est ravie (Hoffmann, Giulietta)Entr'acteAh! vivre deux n'avoir qu'une même espérance (Hoffmann)Par Dieu! j'étais bien sûr. Hoffmann (Tenor) Nicklausse (Mezzo)J'ai les yeuxDis-tu vrai -- Voyez (Hoffmann)Non aucun hôte vraimentVous serez satisfaits (Nicklausse, Hoffmann)Mesdames et messieurs, fière de vos bravos (Nicklausse, Hoffmann, Olympia)Ah! mon ami! quel accent! (Hoffmann, Nicklausse, Olympia)Ils se sont éloignés enfin!. Hoffmann (Tenor) Olympia (Sopraan)Tu me fuis?. Hoffmann (Tenor) Nicklausse (Mezzo) Coppèlies (Bariton/Bas)Voici les valseurs! (Hoffmann, Olympia, Nicklausse)Jour et nuit je me mets en quatre. FrantzChere enfant que j'apelle (Lindorf, Antonia)C'est une chanson d'amour. Antonia (Sopraan) Hoffmann (Tenor)C'est l'amour vainqueur (Nicklausse)Je vois qu'on est enfète! (Giulietta, Pitichinaccio, Hoffmann, Nicklausse, Dapertutto)Cher ange! (Dapertutto, Giulietta, Hoffmann)Malheureux! Tu ne comprends donc pas. Giulietta (Sopraan) Hoffmann (Tenor)Schlémil! J'en étais sûr (Giulietta, Hoffmann, Pitichinaccio, Dapertutto, Nicklausse)Hélas! Mon coeur s'égare encore!. Hoffmann (Tenor) Giulietta (Sopraan) Pitichinaccio (Tenor) Dapertutto (Bariton/Bas)Écoutez, messieurs! (Giulietta, Nicklausse, Hoffmann, Dapertutto, Pitichinaccio)Frantz! c'est ici! (Hoffmann)Qu'as-tu donc? (Hoffmann, Antonia)Pour conjurer le danger (Hoffmann, Antonia)Ne plus chanter! (Hoffmann, Antonia)Tu ne chanteras plus? (Antonia)Mon enfant! ma fille! (Antonia, Nicklausse, Hoffmann)Allumons le punch! (Hoffmann)Et moi, la fidèle (Hoffmann)Non ivre mort. (Nicklausse, Lindorf)Venus dit a fortuneJusque la cependant affermisQui connait donc la souffrance
Wikipedia
Les contes d'Hoffmann (in het Nederlands: Hoffmanns vertellingen) is een opera van Jacques Offenbach. Het libretto is van Jules Barbier. De première vond plaats op 10 februari 1881 te Parijs, in de Opéra-Comique.
Het libretto volgt het toneelstuk, dat Jules Barbier en Michel Carré in 1851 schreven op basis van drie korte verhalen van E.T.A. Hoffmann, een vruchtbaar Duits schrijver en componist uit de Romantiek. Hoffmann wordt geportretteerd als deelnemer in drie van zijn eigen verhalen: Der Sandmann, Rat Krespel, en Die Geschichte vom verlornen Spiegelbilde. Zijn zedelijk en geestelijk verval wordt zichtbaar in het verhaal van drie elkaar opvolgende liefdesgeschiedenissen: lichtzinnig gedweep met een zingende mechanische pop Olympia, echte maar gedwarsboomde liefde met de zangeres Antonia, passief getalm met de courtisane Giulietta. Deze geschiedenissen vormen drie van de vijf bedrijven. In proloog en epiloog wordt Hoffmann getoond als verteller van deze verhalen, terwijl hij wacht op de prima donna Stella, die uiteindelijk een combinatie is van zijn drie eerdere liefdes. En tegelijk wordt zijn voortdurende metgezellin Nicklausse onthuld als zijn muze van de poëzie. Zijn rivaal en vijand Lindorf (die net als Stella in alle bedrijven in een andere gedaante voor komt) verlaat de taverne met Stella aan zijn arm, terwijl Hoffmann vlucht in dronkenschap.
Na alle weinig beklijvende opéras bouffes was deze opera voor Offenbach de laatste kans om erkenning als serieus componist te krijgen; hij heeft daar de laatste jaren van zijn leven veel energie in gestoken. De opzet werd al tijdens het componeren fundamenteel gewijzigd: aanvankelijk geschreven voor het Theâtre Gaîté-Lyrique (met bariton Hoffmann en lyrische sopraanrollen), moest deze opera herschreven worden voor de Opéra-Comique (met een tenor Hoffmann en één coloratuursopraan voor de vier vrouwenrollen).
Offenbach heeft de opvoering van zijn opera niet mogen beleven, daar hij ruim 4 maanden daarvoor overleed (op 5 oktober 1880). Vóór zijn dood waren de repetities al begonnen; Offenbach had de orkestratie vrijwel voltooid, maar deze moest voor het slot van het vierde bedrijf en de epiloog nog gedetailleerd worden uitgewerkt. Na de dood van Offenbach bleef het tegenzitten en waren er wijzigingen noodzakelijk:
De versie op de dag van de operapremière was die van Ernest Guiraud; hij completeerde de partituur en schreef de recitatieven.
Internationaal kwam de uiteindelijke roem maar langzaam op gang. Mogelijk is er origineel materiaal verloren gegaan bij de brand in Salle Favart in 1887. De enorme brand in het Weense Ringtheater in 1881 – waar de tweede uitvoering van Les Contes zou beginnen - gaf deze opera een faam van pech, die een snelle internationale verspreiding in de weg stond.
De echte internationale zegetocht begon na een spectaculaire productie in Berlijn in 1905. Er waren toen (net als in Monte Carlo (1904)) in het Giulietta-bedrijf twee passages toegevoegd op muziek van André Bloch en met tekst van Pierre Barbier (zoon van de oorspronkelijke schrijver):
Andere veranderingen waren al veel eerder ingevoerd:
Choudens (1907) voegde daar zijn ideeën nog aan toe:
In deze vorm werd de opera een groot succes, door het spectaculaire toneelbeeld en individuele nummers als: legende van Kleinzach (ballade); Olympia’s lied; en vooral de Barcarolle. Vaak werden de rollen verdeeld over verschillende sopranen: het werd als een uitgelezen kans gezien om meerdere diva's na elkaar op het toneel te laten verschijnen. Maar door in drie bedrijven elke solist een andere rol te laten spelen bereikt men juist de kern, die de dramatische eenheid aan dit stuk geeft.
Sinds de Tweede Wereldoorlog is er een tendens om de muziek te ontdoen van de toevoegingen. Bij de gerestaureerde versies gaat het om:
Nieuwe authentieke versies zijn van Antonio Almeida, Jean-Christophe Keck en van Michael Kaye. De Choudens-versie met toevoegingen van Fritz Oeser blijft evenwel gebruikelijk.
Uitvoeringen die de sopraanrollen niet verdelen, zijn zeer zwaar voor de sopraan: Olympia vergt een coloratuurzangeres met stratosferische hoogte, Antonia is geschreven voor een lyrisch stemtype, en Giulietta wordt gewoonlijk uitgevoerd door een dramatische sopraan of zelfs een mezzosopraan. Sopranen die op hoog niveau al deze vier rollen (de kleinere rol van Stella inbegrepen) op zich namen zijn: Beverly Sills, Dame Joan Sutherland, Edita Gruberová, Catherine Malfitano, Ruth Ann Swenson en Vina Bovy (die dat als eerste deed). Voor het dramatische aspect is dat van belang aangezien zowel Olympia, Antonia als Giulietta facetten zijn van een en dezelfde persoon: Stella, de onbereikbare liefde van Hoffmann.
Ook het door één bariton laten uitvoeren van de vier schurkenrollen is dramatisch van belang: alle vier zijn ze manifestaties van het Kwaad.
10 februari 1881
De taveerne van Luther dicht bij de opera van Neurenberg
Het kabinet van de fysicus Spalanzani
Entr’acte. Een kamer in het huis van de vioolmaker Crespel. Muziekinstrumenten aan de muur. Antonia aan de piano met een portret van haar overleden moeder aan de muur.
Een paleis met uitzicht over het Grand Canal in Venetië
De taverne van Luther in Neurenberg.
Ba-ta-clan (1855) · Les deux aveugles (1855) · La bonne d'enfant (1856) · Le mariage aux lanternes (1857) · Orphée aux Enfers (1858) · Geneviève de Brabant (1859) · Daphnis et Chloé (1860) · M. Choufleuri restera chez lui le ... (1861) · Le pont des soupirs (1861) · La belle Hélène (1864) · Barbe-bleue (1866) · La vie parisienne (1866) · La Grande-Duchesse de Gérolstein (1867) · Robinson Crusoé (1867) · L'île de Tulipatan (1868) · La Périchole (1868) · Les brigands (1869) · Bagatelle (1874) · Le voyage dans la lune (1875) · Madame Favart (1878) · La fille du tambour-major (1879) · Les contes d'Hoffmann (1880—onvoltooid)