Аrias
Duo's...
Opera's
Cantates
Componisten
Switch to English

Saverio Mercadante

Opera's:

Adriano in SiriaCaritea regina di SpagnaCostanzo ed AlmeriskaDidone abbandonataElena da FeltreElisa e ClaudioEmma d'AntiochiaFrancesca DonatoGabriella di VergyGli scitiI brigantiIl bravoIl geloso ravvedutoIl giuramentoIl montanaroIl podestà di BurgosIl reggenteIl vascello de GamaIpermestraLa schiava saracenaLa VestaleLe due illustri rivaliLeonoraMedeaNitocriOrazi e CuriaziPelagioViolenza e costanzaViolettaVirginiaZaira

Cantates:

Il pianto di AretusaLe sette ultime parole
Wikipedia
Giuseppe Saverio Raffaele Mercadante (Altamura, (bij Bari), 17 september 1795 – Napels, 17 december 1870) was een Italiaans componist en muziekpedagoog. Hij was de zoon van het echtpaar Rosa Bia en Giuseppe Orazio Mercadante.
Mercadante volgde zijn muziekopleiding (solfège, viool, dwarsfluit en compositie) bij Nicola Antonio Zingarelli, Agostino Furno en Giacomo Tritto aan het Conservatorio di Santa Maria di Loreto in Napels. Nadat hij verschillende kleinere stukken (marsen en dansen) voor banda had gecomponeerd, werd hij in 1817 tot dirigent van het orkest aan het conservatorium benoemd en schreef hij voor dit ensemble meerdere werken. Waarschijnlijk was het tijdens een van deze "academies" dat Gioacchino Rossini, op bezoek aan het conservatorium, zo onder de indruk van Mercadante was, dat hij in zijn volgende brief aan Zingarelli schreef: Ik feliciteer u, omdat uw eigen jonge leerling Mercadante daar begint, waar wij eindigen.
Tot ca. 1822 was hij een gevierd operacomponist en zijn werken Elisa e Claudio (1821) en Adele ed Emirico (1822), stonden behalve in Italië bij La Scala in Napels, ook op het programma van de operahuizen in Londen, Paris en Wenen. Rond 1822 verwierf Donizetti de gunsten van het publiek, en was Rossini, zowel als Bellini ook veel gevraagd, waardoor Mercadante de komende 4 jaar geen opdrachten meer zou verkrijgen. Inmiddels had hij zijn geluk gezocht in Wenen en Parijs, waar zijn werk Les noces de Gamache in première ging. In 1827 was hij weer terug in La Scala met zijn werken Didone abbandonata en Il Montanaro. Van 1827 tot 1831 was hij werkzaam in Madrid, Cádiz en Lissabon. In die tijd componeerde hij o.a. de werken Adriana in Siria (1828) en Gabriella di Vergy (1828). Na zijn terugkomst componeerde hij Donna Caritea (1832).
In 1833 werd hij benoemd tot opvolger van Pietro Generali kapelmeester aan de dom van Novara en componeerde hij tot 1840 nog een vijftal opera's waaronder zijn meesterwerk Il Bravo, dat op 9 maart 1839 in La Scala in première ging. Vanaf 1839 was zijn rol goeddeels uitgespeeld door de opkomst van Verdi (zijn eerste opera Oberto, Conte di San Bonifacio had zijn première in november 1839 in La Scala Milaan).
In 1840 volgde hij Nicola Antonio Zingarelli op als directeur van het Conservatorio di San Pietro a Majella di Napoli.