Аrias
Duo's...
Opera's
Cantates
Componisten
Switch to English

Leonardo Leo

Opera's:

Amor vuol sofferenzaAndromacaArgeneCatone in UticaDemetrioDemofoonteEmiraIl Ciro riconosciutoLa morte di AbeleLa semmeglianza de chi l'ha fattaL'OlimpiadeNitocri, regina d'EgittoSanta GeneviefaSant'Elena al CalvarioScipione nelle SpagneSifaceVologeso re de' PartiZenobia in Palmira

Cantates:

Che farai, Lidia cara?Dal di che in questo pettoDite vedesti forse una donzellaGrazie agli Dei che al fineIl cor che vive oppressoIn quel primiero istanteL'AndromadaNon potrei benché volessiOh Dio qual duolo siaOimè che veggio?Or che barbara sorteOr ch'è dal sol difesaOr che l'alba novellaParte oh Dio da me FilenoQuell'usignuol che in quella piantaRendimi, oh bella IreneSorge Lidia la notteSplende più dell'usatoT'intendo sì mio corVado dal piano al monte
Wikipedia
Leonardo Leo (San Vito degli Schiavoni, 5 augustus 1694 - 31 oktober 1744), tevens Lionardo Oronzo Salvatore de Leo genaamd, was een Italiaans componist van barokmuziek.
Leo werd geboren in San Vito degli Schiavoni (het huidige San Vito dei Normanni, provincie Brindisi), toentertijd een deel van het Koninkrijk Napels. Hij was student aan het Conservatorio della Pietà dei Turchini in Napels in 1703, en was er leerling van Andrea Basso en later van Nicola Fago. Men denkt dat hij tevens een leerling van Giuseppe Ottavio Pitoni en Alessandro Scarlatti is geweest; zekerheid hieromtrent is er echter niet, hoewel hij ongetwijfeld beïnvloed werd door hun composities. Zijn vroegst bekende werk was een heilig drama, L'infedelta abbattuta, uitgevoerd door zijn collega-studenten in 1712. In 1715 werd hij zelf leraar aan het bovengenoemde conservatorium. In 1713 werd Leonardo Leo benoemd tot organist aan de Onderkoninklijke Kapel in Napels.
In 1714 produceerde hij aan het hoftheater de opera Pisistrato, die alom werd bewonderd. Hij bleef werkzaam bij de Koninklijke Kapel, en bleef tevens schrijven voor het toneel. Daarnaast bleef hij lesgeven aan het conservatorium. Na het toevoegen van komische scènes aan de opera Bajazette van Francesco Gasparini in 1722 heeft hij zelf komische opera's geschreven in de Napolitaanse stijl zoals La'mpeca scoperta in 1723, en L'Alidoro in 1740. Na 1725 werd hij echter overschaduwd door de bekende componisten Johann Adolf Hasse en Leonardo Vinci. Leonardo Leo was een van de meest representatieve componisten van de Napolitaanse School op het gebied van kerkmuziek en komische opera's.
Zijn beroemdste komische opera was Amor vuol sofferenze (1739), beter bekend als La Finta Frascatana. Hij werd tevens erkend als een componist van ernstige opera. Demofoonte (1735), Farnace (1737) en L'Olimpiade (1737) zijn de meest bekende werken in dit genre. Het meest bekend is hij als componist van geestelijke muziek.
Leo was de eerste van de Napolitaanse School die een volledige beheersing had over het moderne harmonische contrapunt. Zijn gewijde muziek is meesterlijk en waardig, sterk gepassioneerd, en vrij van de sentimentaliteit die wel aanwezig is in het werk van onder andere Francesco Durante en Giovanni Battista Pergolesi. Zijn serieuze opera's zijn koud en kenmerken zich door de ernstige stijl, maar in zijn komische opera's toont hij een groot gevoel voor humor. Zijn ensemblebewegingen zijn vurig, maar komen nooit tot een sterke climax.
Leonardo Leo stierf op 50-jarige leeftijd aan een beroerte, terwijl hij zich op dat moment bezighield met de samenstelling van nieuwe aria's voor een revival van La Finta Frascatana.
Karakteristieke voorbeelden van zijn geestelijke muziek zijn onder andere het "Dixit Dominus" en het "Salve Regina". Verscheidene aria's uit zijn opera's zijn toegankelijk in moderne edities. Belangrijk en de laatste tijd weer meer gespeeld zijn zijn celloconcerten.