Аrias
Duo's...
Opera's
Cantates
Componisten
Switch to English

Francis Poulenc

Opera's:

Dialogues of the CarmelitesLa voix humaineLes mamelles de Tirésias, FP 125

Cantates:

Figure humaineUn soir de neige, FP 126
Wikipedia
Francis Jean Marcel Poulenc (Parijs, 7 januari 1899 – Parijs, 30 januari 1963) was een Franse componist.
Francis Poulenc werd geboren als zoon van de grootindustrieel Émile Poulenc (1855-1917) en de amateurpianiste Jenny Royer (1864-1915). Zijn vader was een van de stichters van het farmaciebedrijf Rhône-Poulenc. Reeds jong kreeg Francis pianoles van zijn moeder. Toen hij 15 à 16 jaar oud was, kreeg hij lessen van de pianist Ricardo Viñes, een vriend van Claude Debussy en Maurice Ravel. In Parijs raakte hij bevriend met avant-gardeschrijvers als Guillaume Apollinaire, Jean Cocteau en Paul Éluard, van wie hij veel poëzie op muziek zou zetten.
Als componist was Poulenc vrijwel autodidact; zijn eerste composities maakte hij rond zijn 18e wereldkundig zonder dat hij compositie-onderricht had genoten. Daarbij zijn de nog steeds veel gespeelde solopianostukken Trois mouvements perpétuels (1919) en de liederencyclus Le Bestiaire (1918) op tekst van Apollinaire. Rond die tijd sloot hij zich aan bij de Groupe des Six, zes jonge Franse componisten die zich verzetten tegen de zware romantiek en de invloed van Richard Wagner. Als mentors van deze groep, die bestond uit Georges Auric, Louis Durey, Arthur Honegger, Darius Milhaud en Germaine Tailleferre, gelden Jean Cocteau en de iets oudere, dadaïstische componist Eric Satie. Ofschoon de groep al spoedig uiteenviel, en vooral Honegger en Milhaud in hun tijd bekend zijn geworden, is 'Groupe des Six' nog altijd het etiket dat op de muziek van Poulenc geplakt wordt: lichtvoetig, melodieus, gemakkelijk en humoristisch.
Van 1921-1925 genoot hij gedurende enkele jaren compositie-aanwijzingen van Charles Koechlin, een leerling van Gabriel Fauré. In deze periode valt zijn ballet Les Biches, dat in 1924 in première ging bij de Ballets Russes van Serge Diaghilev. In 1926 leerde hij de bariton Pierre Bernac kennen, voor wie hij meer dan 90 liederen zou schrijven en met wie hij als pianist talloze recitals zou geven, in de jaren 1935-1959.
In 1927 kocht Poulenc een landhuis in Touraine, Le Grand Coteau, waar hij de gelegenheid had rustig te componeren. In deze periode had hij voor het eerst een vaste relatie, met de schilder Richard Chanlaire, aan wie hij zijn Concert champêtre (1928) voor klavecimbel en orkest opdroeg.
Van Poulenc wordt gezegd dat hij nieuwe melodieën wist te maken in een tijd waarin men van mening was dat er op dat terrein weinig nieuws meer te ontwikkelen was. Zijn composities zijn inderdaad sterk op de melodie gericht. Zijn muziek kan op de luisteraar daardoor overkomen als een opeenvolging van vele grotere en kleinere thema's, zonder dat die diepgaand worden uitgewerkt. Hij hield daarbij vast aan de tonaliteit. Poulenc schreef werken in allerlei muzikale genres.
Poulenc leefde het grootste deel van zijn leven in zijn geboortestad Parijs. Hij overleed er in 1963 aan een hartaanval en werd begraven op het beroemde Parijse kerkhof Père-Lachaise.
(De werken met twee jaartallen zijn later gereviseerd door Poulenc zelf.)
Bibliografie