Аrias
Duo's...
Opera's
Cantates
Componisten
Switch to English

Aria: Qui la voce… Vien, diletto

Componist: Bellini Vincenzo

Opera: I puritani

Rol: Elvira Walton (Sopraan)

Download gratis partituren: "Qui la voce… Vien, diletto" PDF

ELVIRA
Qui la voce sua soave
Mi chiamava e poi sparì.
Qui giurava esser fedele,
Qui il giurava,
E poi crudele, mi fuggì!
Ah! mai più qui assorti insieme
Nella gioia dei sospir.
Ah! rendetemi la speme,
O lasciate, lasciatemi morir!

GIORGIO, RICCARDO
Quanto amor è mai raccolto
In quel volto, in quel dolor!

Elvira a poco a poco si avvicina a Giorgio, lo guarda, e sforzandosi di risovvenirsi chi esso sia, gli dice:

ELVIRA
Chi sei tu?

GIORGIO
Non mi ravvisi?

ELVIRA
riconoscendolo con allegrezza
Sì, sì, mio padre … E Arturo? E l'amore?
Parla, parla …
Ah! tu sorridi e asciughi il pianto!
A Imene, a Imen mi guidi … al ballo, al canto!
Ognun s'appresta a nozze, a festa,
E meco in danze esulterà. A festa!
a Giorgio
Tu per meco danzerai?
Vieni a nozze. Vien.
si volge e vede Riccardo, lo prende per mano
Egli piange!

RICCARDO
O Dio!

GIORGIO
O Dio!

ELVIRA
a Giorgio
Egli piange … forse amò.
Piange … amò!

GIORGIO, RICCARDO
Or chi il pianto frenar può?
Chi frenar lo può?

ELVIRA
a Riccardo
M'odi, e dimmi: amasti mai?

RICCARDO
Gli occhi affissa sul mio volto,
Ben mi guarda e lo vedrai …

ELVIRA
Ah! se piangi … ancor tu sai
Che un cor fido nell'amor
Sempre vive nel dolor!

GIORGIO
Deh! t'acqueta, o mia diletta.
Tregua al duol dal cielo aspetta.

ELVIRA
Mai!

RICCARDO, GIORGIO
Clemente il ciel ti fia.

ELVIRA
Mai!

RICCARDO, GIORGIO
L'ingrato obblia, ah, sì!

ELVIRA
Mai!
Ah! mai più ti rivedrò.
Ah! toglietemi la vita
O rendete, rendetemi il mio amor!

RICCARDO, GIORGIO
Ah! sì, fa mia la sua ferita,
Mi dispera e squarcia il cor.

Elvira si volge in atto furente verso Riccardo e Giorgio. Dopo un poco ella sorride e attegia il volto alla maniera de' pazzi.

GIORGIO
Tornò il riso sul suo aspetto.

RICCARDO, GIORGIO
Qual pensiero a lei brillò?

ELVIRA
crede esser con Arturo
Non temer del padre mio,
Alla fine lo placherò.
Ah, non temer, lo placherò.
Ogni duolo si andrà in obblio;
Sì, felice io ti farò.

RICCARDO
Qual bell'alma innamorata
Un rival toglieva a me! sì!

GIORGIO
Ella in pene abbandonata
Sogna il bene che perdè! sì!

Sovra il sen la man mi posa. Amina. La sonnambula. BelliniCare compagne… Come per me serena. Amina. La sonnambula. BelliniTutto è gioia, tutto è festa. Lisa. La sonnambula. BelliniDeh! Non ferir… Alla gioia ed al piacer. Bianca. Bianca e Fernando. BelliniSon vergin vezzosa. Elvira Walton. I puritani. BelliniAh! Non giunge uman pensiero. Amina. La sonnambula. BelliniSono all'ara…barriera tremenda…Ciel pietoso, in sì crudo momento. Alaide. La straniera. BelliniCasta Diva, che inargenti… Ah! Bello a me ritorna. Norma. Norma. BelliniDopo l'oscuro nembo. Nelly. Adelson e Salvini. BelliniOr sei pago, o ciel tremendo. Alaide. La straniera. Bellini
Wikipedia
I puritani (De puriteinen) is een opera in drie bedrijven van Vincenzo Bellini, voor het eerst uitgevoerd aan het Théâtre-Italien in Parijs op 24 januari 1835. Het libretto is van Graaf Carlo Pepoli, gebaseerd op Têtes rondes et Cavaliers van Jacques-François Ancelot en Joseph Xavier Saintine. In dezelfde tijd componeerde Bellini een alternatieve versie, bedoeld voor Maria Malibran, die het in Napels zong. Deze versie werd niet uitgevoerd tot 10 april 1986 aan het Teatro Petruzzelli in Bari.
Een fort nabij Plymouth, geleid door Lord Gualtiero Valton
Bij het aanbreken van de dag kijken de soldaten van de Roundheads uit naar de overwinning over de Royalisten. Riccardo was Elvira's hand toegezegd door Lord Valton maar, terugkerend naar Plymouth, ontdekt hij dat ze verliefd is op Arturo (een Royalist), en hem zal huwen. Hij neemt Bruno in vertrouwen ("Ah! Per sempre ... Bel sogno beato").
In Elvira's kamer onthult Giorgio dat hij het was die Lord Valton overhaalde om aan Elvira's wens tegemoet te komen. Zij is overgelukkig.
Arturo komt aan voor het huwelijk en viert zijn nieuw gevonden geluk ("A te, o cara"). Valton moet een mysterieuze dame (ervan verdacht een Royalistische spion te zijn) laten verschijnen voor het parlement. Arturo ontdekt dat zij Enrichetta is, weduwe van de terechtgestelde Koning Karel I. Elvira verschijnt en zingt een vrolijke polonaise ("Son vergin vezzosa"), maar laat haar bruidssluier vallen als zij vertrekt om zich gereed te maken voor het huwelijk. Arturo gebruikt de sluier om Enrichetta te vermommen als Elvira om haar zo te laten ontsnappen. Onderweg komen ze Riccardo tegen, en, wanneer hij ontdekt dat de vrouw bij Arturo niet Elvira is, is hij verheugd hem te laten passeren. Wanneer de ontsnapping wordt ontdekt gelooft Elvira dat zij in de steek is gelaten en verliest zij haar verstand ("Oh, vieni al tempio, fedele Arturo").
Een ander deel van het fort
Giorgio beschrijft Elvira's waanzin ("Cinta di fiori"). Riccardo brengt het nieuws dat Arturo voortvluchtig is die ter dood is veroordeeld vanwege het feit dat hij Enrichetta heeft laten ontsnappen. Elvira verschijnt, nog steeds in de war maar verlangend naar Arturo ("Qui la voce ...Vien, diletto"). Giorgio en Riccardo twisten over de vraag of Arturo’s dood zal betekenen dat Elvira van verdriet zal sterven, maar uiteindelijk komen zij overeen dat hij moet sterven wanneer hij vechtend voor de Royalisten in de dreigende slag wordt gevonden ("Il rival salvar tu dei ... Suoni la tromba").
Het platteland nabij het fort, drie maanden later
Arturo is nog steeds voortvluchtig, maar is wedergekeerd om Elvira te ontmoeten. Hij hoort haar zingen ("A una fonte afflitto e solo") en zij worden verenigd ("Vieni fra le mie braccie"). Elvira vreest echter dat zij opnieuw worden gescheiden, en wanneer Riccardo aankomt, met Giorgio en de soldaten, om Arturo’s doodvonnis aan te kondigen, komt ze uiteindelijk tot haar zinnen. Een ensemble ("Credeasi, misera") ontwikkelt zich – gedurende welke de ongebruikelijke hoge noot van een F boven de hoge C wordt vereist van Arturo – en zelfs Riccardo is aangedaan door de toestand van de minnaars. De soldaten verlangen Arturo's executie, maar het woord wordt verspreid dat, hoewel de Royalisten zijn overwonnen, Oliver Cromwell alle gevangenen gratie heeft verleend. De minnaars worden uiteindelijk voor goed verenigd.
Adelson e Salvini (1825) · Bianca e Fernando (1826) · Il pirata (1827) · La straniera (1829) · Zaira (1829) · I Capuleti e i Montecchi (1830) · La sonnambula (1831) · Norma (1831) · Beatrice di Tenda (1833) · I puritani (1835)