Аrias
Duo's...
Opera's
Cantates
Componisten
Switch to English

Aria: Credeasi, misera

Componist: Bellini Vincenzo

Opera: I puritani

Rol: Lord Arturo Talbot (Tenor)

Download gratis partituren: "Credeasi, misera" PDF

ARTURO
Credeasi, misera!
Da me tradita,
Traea sua vita
In tal martir!
Or sfido i fulmini,
Disprezzo il fato,
Se teco allato
Potrò morir!

ELVIRA
Qual mai funerea
Voce funesta
Mi scuote e desta
Dal mio martir!
Se fui sì barbara
Nel trarlo a morte
M'avrà consorte
Nel suo morir!

GIORGIO
Qual suon funereo
Feral rimbomba
Nel sen mi piomba,
M'agghiaccia il cor!
Non ha più lagrime
Il mio dolor.

ALCUNI SOLDATI
Quel suon funereo,
Ch'apre una tomba,
Cupo rimbomba,
Mi piomba al cor.
E Dio terribile
In sua vendetta
Gli empi saetta
Con rigor.

ALTRI SOLDATI
Quel suon funereo,
Ch'apre una tomba,
Cupo rimbomba,
Mi piomba al cor.
E Dio lo vuol
Senza pietà!

RICCARDO
Quel suon funereo
Ch'apre una tomba
Al cor mi piomba,
Lor sorte orribil
Mi piomba al cor.
Ah, pietà.

DONNE
Quel suon funereo
Di tromba ci piomba al cor.
Pur fra le lagrime
Speme ci affida,
Sì, che Dio
Ci arrida con pietà.

ARTURO
Traea sua vita
In tal martir!
Ah! sì, disprezzo il fato,
Se teco allato
Potrò morir!

I soldati, impazienti, si rivolgono a Giorgio ed a Riccardo, e diconon loro sottovoce.

SOLDATI
Che s'aspetta?
Alla vendetta!

ELVIRA
s'avvicina ad Arturo
Arturo!

ARTURO
Elvira, Elvira!

RICCARDO, GIORGIO, DONNE
Sol ferocia or parla in vol!

SOLDATI
Dio comanda a' figli suoi
Che giustizia ormai si renda
Cada alfin l'ultrice spada
Sovra il capo al traditor!

ELVIRA
lo abbraccia
Artur! Artur, tu vivi ancor!

RICCARDO, GIORGIO, DONNE
La pietade Iddio v'apprenda!

ARTURO
Teco io sono.

ELVIRA
piangendo
Il tuo perdono!
Per me a morte, o Arturo mio!

ARTURO
Ah un amplesso!

ELVIRA
Sì, mio bene.

ARTURO
Ah, un addio!

ELVIRA
Un addio!

ARTURO
Arrestatevi, scostate,
Crudeli, crudeli!
Ella è tremante,
Ella è spirante,
Anime perfide,
Sorde a pietà.
Un solo istante,
Ah, l'ira frenate
Poi vi straziate
Di crudeltà.

RICCARDO, GIORGIO
Cessate, cessate un istante,
Un istante per pietà!
Deh! cessate!

SOLDATI
Vendetta s'affretta, Dio lo vuole,
Non si tardi!

DONNE
Deh cessate per pietà,
Un istante, deh, cessate!

Odesi un suono di corni da caccia.

È serbato, a questo acciaro. Tebaldo. I Capuleti e i Montecchi. BelliniSprezzo, audace, il tuo furore. Lord Arturo Talbot. I puritani. BelliniAh! perchè non posso odiarti. Elvino. La sonnambula. BelliniTu vedrai la sventurata. Gualtiero. Il pirata. BelliniPer te di vane lagrime. Gualtiero. Il pirata. BelliniAll'udir del padre afflitto… Odo il tuo pianto. Fernando. Bianca e Fernando. BelliniA tanto duol…Ascolta, o padre. Fernando. Bianca e Fernando. BelliniA te, o cara, amor talora. Lord Arturo Talbot. I puritani. BelliniMeco all'altar di Venere… Me protegge, me difende. Pollione. Norma. BelliniPrendi: I'anel ti dono. Elvino. La sonnambula. Bellini
Wikipedia
I puritani (De puriteinen) is een opera in drie bedrijven van Vincenzo Bellini, voor het eerst uitgevoerd aan het Théâtre-Italien in Parijs op 24 januari 1835. Het libretto is van Graaf Carlo Pepoli, gebaseerd op Têtes rondes et Cavaliers van Jacques-François Ancelot en Joseph Xavier Saintine. In dezelfde tijd componeerde Bellini een alternatieve versie, bedoeld voor Maria Malibran, die het in Napels zong. Deze versie werd niet uitgevoerd tot 10 april 1986 aan het Teatro Petruzzelli in Bari.
Een fort nabij Plymouth, geleid door Lord Gualtiero Valton
Bij het aanbreken van de dag kijken de soldaten van de Roundheads uit naar de overwinning over de Royalisten. Riccardo was Elvira's hand toegezegd door Lord Valton maar, terugkerend naar Plymouth, ontdekt hij dat ze verliefd is op Arturo (een Royalist), en hem zal huwen. Hij neemt Bruno in vertrouwen ("Ah! Per sempre ... Bel sogno beato").
In Elvira's kamer onthult Giorgio dat hij het was die Lord Valton overhaalde om aan Elvira's wens tegemoet te komen. Zij is overgelukkig.
Arturo komt aan voor het huwelijk en viert zijn nieuw gevonden geluk ("A te, o cara"). Valton moet een mysterieuze dame (ervan verdacht een Royalistische spion te zijn) laten verschijnen voor het parlement. Arturo ontdekt dat zij Enrichetta is, weduwe van de terechtgestelde Koning Karel I. Elvira verschijnt en zingt een vrolijke polonaise ("Son vergin vezzosa"), maar laat haar bruidssluier vallen als zij vertrekt om zich gereed te maken voor het huwelijk. Arturo gebruikt de sluier om Enrichetta te vermommen als Elvira om haar zo te laten ontsnappen. Onderweg komen ze Riccardo tegen, en, wanneer hij ontdekt dat de vrouw bij Arturo niet Elvira is, is hij verheugd hem te laten passeren. Wanneer de ontsnapping wordt ontdekt gelooft Elvira dat zij in de steek is gelaten en verliest zij haar verstand ("Oh, vieni al tempio, fedele Arturo").
Een ander deel van het fort
Giorgio beschrijft Elvira's waanzin ("Cinta di fiori"). Riccardo brengt het nieuws dat Arturo voortvluchtig is die ter dood is veroordeeld vanwege het feit dat hij Enrichetta heeft laten ontsnappen. Elvira verschijnt, nog steeds in de war maar verlangend naar Arturo ("Qui la voce ...Vien, diletto"). Giorgio en Riccardo twisten over de vraag of Arturo’s dood zal betekenen dat Elvira van verdriet zal sterven, maar uiteindelijk komen zij overeen dat hij moet sterven wanneer hij vechtend voor de Royalisten in de dreigende slag wordt gevonden ("Il rival salvar tu dei ... Suoni la tromba").
Het platteland nabij het fort, drie maanden later
Arturo is nog steeds voortvluchtig, maar is wedergekeerd om Elvira te ontmoeten. Hij hoort haar zingen ("A una fonte afflitto e solo") en zij worden verenigd ("Vieni fra le mie braccie"). Elvira vreest echter dat zij opnieuw worden gescheiden, en wanneer Riccardo aankomt, met Giorgio en de soldaten, om Arturo’s doodvonnis aan te kondigen, komt ze uiteindelijk tot haar zinnen. Een ensemble ("Credeasi, misera") ontwikkelt zich – gedurende welke de ongebruikelijke hoge noot van een F boven de hoge C wordt vereist van Arturo – en zelfs Riccardo is aangedaan door de toestand van de minnaars. De soldaten verlangen Arturo's executie, maar het woord wordt verspreid dat, hoewel de Royalisten zijn overwonnen, Oliver Cromwell alle gevangenen gratie heeft verleend. De minnaars worden uiteindelijk voor goed verenigd.
Adelson e Salvini (1825) · Bianca e Fernando (1826) · Il pirata (1827) · La straniera (1829) · Zaira (1829) · I Capuleti e i Montecchi (1830) · La sonnambula (1831) · Norma (1831) · Beatrice di Tenda (1833) · I puritani (1835)