Аrias
Duo's...
Opera's
Cantates
Componisten
Switch to English

Aria: Als zullendes Kind

Componist: Wagner Richard

Opera: Siegfried

Rol: Mime (Tenor)

Download gratis partituren: "Als zullendes Kind" PDF
Nothung! Nothung!
Neidliches Schwert!
Was mußtest du zerspringen?
Zu Spreu nun schuf ich
die scharfe Pracht,
im Tiegel brat' ich die Späne.
Hoho! Hoho!
Hohei! Hohei!
Blase, Balg!
Blase die Glut!
Wild im Walde
wuchs ein Baum,
den hab' ich im Forst gefällt:
die braune Esche
brannt' ich zur Kohl',
auf dem Herd nun liegt sie gehäuft.
Hoho! Hoho!
Hohei! Hoheí! Hoho!
Blase, Balg!
Blase die Glut!
Des Baumes Kohle,
wie brennt sie kühn;
wie glüht sie hell und hehr!
In springenden Funken
sprühet sie auf:
hohei, hohei, hohei!
zerschmilzt mir des Stahles Spreu.
Hoho! Hoho!
Hohei! Hoho!
Blase, Balg!
Blase die Glut!

Hohol Hoho! (53/92)
Hohei! hohei!

Nothung! Nothung!
Neidliches Schwert!
Nun schmolz deines Stahles Spreu!
Im eignen Schweiße
schwimmst du nun.
Bald schwing' ich dich als mein Schwert!
ein Feuerfluß:
grimmiger Zorn
zischt' ihm da auf!
Wie sehrend er floß,
in des Wassers Flut
fließt et nicht mehr.
Starr ward er und steif,
herrisch der harte Stahl:
heißes Blut doch
fließt ihm bald! -
Nun schwitze noch einmal,
daß ich dich schweiße,
Nothung, neidliches Schwert!
Was schafft der Tölpel
dort mit dem Topf?
Brenn' ich hier Stahl,
braust du dort Sudel?

Mime, der Künstler,
lernt jetzt kochen;
das Schmieden schmeckt ihm nicht mehr.
Seine Schwerter alle
hab' ich zerschmissen;
was er kocht, ich kost'es ihm nicht!

Das Fürchten zu lernen,
will er mich führen;
ein Ferner soll es mich lehren:
was am besten er kann,
mir bringt er's nicht bei:
als Stümper besteht er in allem!
Hoho! Hoho! Hohei!
Schmiede, mein Hammer,
ein hartes Schwert!
Hoho! Hahei!
Hoho! Hahei!
Einst färbte Blut
dein falbes Blau;
sein rotes Rieseln
rötete dich:
kalt lachtest du da,
das warme lecktest du kühl!
Heiaho! Haha!
Haheiaha!
Nun hat die Glut
dich rot geglüht;
deine weiche Härte
dem Hammer weicht:
zornig splühst du mir Funken,
daß ich dich Spröden gezähmt!
Heiaho! Heiaho!
Heiahohoho!
Hahei!

Hoho! Hoho!
Hohei!
Schmiede, mein Hammer,
ein hartes Schwert!
Hoho! Hahei!
Hoho! Hahei!
Der frohen Funken,
wie freu' ich mich;
es ziert den Kühnen
des Zornes Kraft:
lustig lachst du mich an,
stellst du auch grimm dich und gram!
Heiaho, haha,
haheiaha!
Durch Glut und Hammer
glückt' es mir;
mit starken Schlägen
streckt' ich dich:
nun schwinde die rote Scham;
werde kalt und hart, wie du kannst.
Heiaho Heiaho!
heiahohoho!
Heiah!

Nothung! Nothung!
neidliches Schwert!
jetzt haftest du wieder im Heft.
Warst du entzwei,
ich zwang dich zu ganz;
kein Schlag soll nun dich mehr zerschlagen.
Dem sterbenden Vater
zersprang der Stahl,
der lebende Sohn
schuf ihn neu:
nun lacht ihm sein heller Schein,
scine Schärfe schneidet ihm hart.
Nothung! Nothung!
neidliches Schwert!
Zum Leben weckt' ich dich wieder,
Tot lagst du
in Trümmern dort,
jetzt leuchtest du trotzig und hehr!
Zeige den Schächern
nun deinen Schein!
Schlage den Falschen,
fälle den Schelm!
Schau, Mime, du Schmied: -
so schneidet Siegfrieds Schwert!
Mein Kurwenal, du trauter Freund. Tristan. Tristan und Isolde. WagnerSo rief der Lenz in den Wald. Walter von Stolzing. Die Meistersinger von Nürnberg. WagnerMein lieber Schwan. Lohengrin. Lohengrin. WagnerAm stillen Herd in Winterszeit. Walter von Stolzing. Die Meistersinger von Nürnberg. WagnerWo find ich Dich. Arindal. Die Feen. WagnerBrünnhilde, heilige Braut. Siegfried. Götterdämmerung. WagnerAtmest du nicht mit mir die süssen Düfte. Lohengrin. Lohengrin. WagnerNothung, Nothung!. Siegfried. Siegfried. WagnerMime hiess ein mürrischer Zwerg. Siegfried. Götterdämmerung. WagnerMit Gewitter und Sturm. The Steersman. Der fliegende Holländer. Wagner
Wikipedia
Siegfried (oorspronkelijke titel: Der junge Siegfied) is een opera van Richard Wagner die wordt opgevoerd op de tweede dag van Wagners tetralogie Der Ring des Nibelungen, die bestaat uit een vooravond Das Rheingold en drie dagen, respectievelijk Die Walküre, Siegfried en Götterdämmerung.
Sinds de vorige Ring-dag heeft Brünnhilde liggen slapen op de door vuur omsloten Walkürenrots. De door haar geredde Sieglinde heeft een kind gebaard, maar is daarna zelf gestorven. Onwetend van zijn afkomst is haar zoon, Siegfried, opgegroeid bij de dwerg Mime. Deze wil de oersterke knaap gebruiken om de schat van de Nibelungen te bemachtigen, waarover de draak Fafner in zijn hol in de rotsen waakt.
Tevergeefs heeft Mime geprobeerd de stukken van het zwaard Nothung weer aan elkaar te smeden. Alle andere zwaarden die hij smeedt slaat Siegfried meteen aan stukken. Die jaagt hem net weer de stuipen op het lijf met een beer. Hij weet dat Mime zijn vader niet kan zijn en dwingt deze hem te vertellen over zijn afkomst.
Als Mime daarna wanhopig terneer zit komt de Wanderer (Zwerver, alias Wotan) binnen. Ze gaan een weddenschap aan: als hij het antwoord schuldig blijft op een van de drie vragen die Mime hem mag stellen, dan mag deze zijn hoofd afhakken. Hij beantwoordt de vragen juist en nu stelt hij drie vragen aan Mime, die het antwoord op de derde vraag: “Wie zal Nothung opnieuw aaneensmeden?” niet weet. De Wanderer geeft hem het antwoord: “Slechts wie het vrezen nimmer kende, die smeedt Nothung opnieuw”. De Wanderer vertrekt en Siegfried komt terug. Hij ergert zich aan het feit dat Mime er niet in slaagt het zwaard aaneen te smeden en hij gaat zelf aan de slag. Het lukt hem en hij slaat met één geweldige klap het aambeeld in twee stukken.
Alberich houdt de wacht bij het hol van Fafner. De Wanderer komt hem waarschuwen dat Siegfried en Mime in aantocht zijn. Alberich verbergt zich. Als Siegfried aangekomen is blaast hij op zijn hoorn en wekt op die manier Fafner. Hij daagt hem uit, en verslaat hem. Hij proeft Fafners bloed, en is daardoor in staat de Waldvogel te verstaan, die hem zegt de ring en de Tarnhelm mee te nemen. Ook is Siegfried nu in staat de gedachten van Mime te lezen, en deze verraadt zo al gauw zijn plannen om Siegfried te vermoorden. Siegfried steekt hem dood. De Waldvogel vertelt hem over Brünnhilde en brengt hem naar de Walkürenrots.
Wotan is ten einde raad: hij roept daarom Erda op om haar voor de laatste keer om raad te vragen. Zij kan hem echter niet adviseren. Als de Wanderer probeert Siegfried de weg naar de rots van Brünnhilde te versperren, slaat deze Wotans speer aan stukken. Zonder angst loopt hij door het vuur en bereikt de top van de rots. Hoewel Siegfried enigszins verschrikt is als hij ontdekt dat de gedaante die daar ligt te slapen een vrouw is, kust hij haar toch wakker, en stralend bezingt zij haar liefde voor hem. Zij verzoent zich met haar lot, en wenst de onsterfelijken de ondergang toe.
Dit deel van de Ring heeft Wagner het langst gekost om te componeren. Hij legde het werk enige tijd opzij, onder andere vanwege de moeilijkheden die het 'casten' van de hoofdpersoon zou kosten: Siegfried moet eruitzien als een jonge knaap, maar moet tegelijkertijd over een formidabel krachtige stem (heldentenor) beschikken alsook over een buitengewoon uithoudingsvermogen. Naast de op zich al veeleisende zangpartij zijn de handelingen op het toneel namelijk behoorlijk inspannend. Na 15 jaar waarin hij tevens Die Meistersinger von Nürnberg en Tristan en Isolde componeerde, pikte Wagner de draad weer op. De muzikale taal aan het einde van Siegfried verschilt daardoor duidelijk van die in het begin.
Vooravond: Das Rheingold · Eerste dag: Die Walküre · Tweede dag: Siegfried · Derde dag: Götterdämmerung