Аrias
Duo's...
Opera's
Cantates
Componisten
Switch to English

Aria: Tant que le jour dure

Componist: Delibes Léo

Opera: Jean de Nivelle

Rol: (Mezzo)

Download gratis partituren: "Tant que le jour dure" PDF
Verdi prati e selve amene. Ruggiero. Alcina. HändelEn vain pour éviter (Card Aria). Carmen. Carmen. BizetO dischius'è il firmamento. Fenema. Nabucco. VerdiGia i sacerdoti adunansi. Amneris. Aida. VerdiSovra balze scoscesi e pungenti. Goffredo. Rinaldo. HändelOgni indugio d'un amante. Rinaldo. Rinaldo. HändelFra questi luoghi barbari. Isabella. L'italiana in Algeri. RossiniDopo il nembo e la procella. Timante. Floridante. HändelTanti affetti in tal momento. Elena. La donna del lago. RossiniFinchè per te mi palpita timido. Onoria. Ezio. Händel
Wikipedia
Clément Philibert Léo Delibes (Saint-Germain-du-Val bij La Flèche, 21 februari 1836 - Parijs, 16 januari 1891) was een Franse componist van romantische muziek, die vooral bekend is om zijn balletmuziek. Voor bepaalde werken gebruikte hij het pseudoniem: Éloi Delbès.
Léo Delibes was zoon van een postbode. Toen zijn vader in 1847 stierf, verhuisde zijn moeder, de dochter van een zanger van de Komische-Opera, naar Parijs. Zijn muzikale interesse werd gestimuleerd door zijn moeder en zijn oom Édouard Baptiste Delibes, een organist en zangleraar aan het conservatorium van Parijs. Datzelfde jaar begon hij op 11-jarige leeftijd zijn studie aan het Conservatoire national supérieur de musique van Parijs. Een jaar later begon hij ook zanglessen te volgen en in 1850 behaalde hij zijn Eerste Prijs Solfège. Vervolgens studeerde hij orgel bij François Benoist en compositieleer bij Adolphe Adam.
Hij werd koorzanger in de kerk van Sainte Marie-Madeleine en maakte in 1849 deel uit van het jongenskoor bij de eerste opvoering van Le Prophète van Giacomo Meyerbeer. Later bezorgde Adolphe Adam hem de positie van adjunct-repetitor bij het Théâtre Lyrique te Parijs.
Op 35-jarige leeftijd trad hij in 1871 in het huwelijk met Léontine Estelle Denain. Acht jaar later, in 1880, werd hij aangesteld als professor aan het Conservatoire national supérieur de musique van Parijs, waar hij les gaf in compositieleer. Een hoogtepunt in zijn leven was zijn opname in de beroemde Académie des Beaux-Arts in 1884.
Delibes overleed op 55-jarige leeftijd. Hij werd begraven op het Cimetière de Montmartre te Parijs.
In 1856 schreef hij de operette Deux sous de charbon. Deze operette stond gedurende 14 jaar onafgebroken op de affiches van de Folies-Nouvelles. Vanaf dan bleef hij gedurende vijftien jaar operettes en vaudevilles componeren in het tempo van een per jaar. Het succes van de cantate Alger, geschreven voor Napoleon III, leidde tot de samenwerking met de Weense violist en componist Léon Minkus voor Delibes' eerste balletcompositie La Source in 1866. Dit was een ballet met een oosters thema, een erg populair onderwerp op dat ogenblik.
In 1870 schreef hij het ballet Coppélia, naar een verhaal van E.T.A. Hoffmann, de zandman, waarin het verhaal verteld wordt van de oude Dr Coppelius en zijn pop Coppélia. Deze compositie was niet alleen het eerste ballet dat hij zonder assistentie schreef, maar ook een compositie die de balletmuziek fors opwaardeerde. Het ballet, uitgevoerd in de Opéra van Parijs (waarvan hij sinds 1865 koordirigent was), oogstte veel succes en maakt hem beroemd.
In 1876 publiceerde hij zijn volgend ballet Sylvia, dat zich in Griekenland afspeelt. Tsjaikovski, zelf een componist en dansliefhebber, was een groot bewonderaar van de twee hierboven genoemde werken. Hij vond Sylvia zelfs beter dan zijn eigen Zwanenmeer. Hij beschouwde Delibes ook als een betere componist dan Johannes Brahms, maar op zich heeft dit blijk van waardering weinig waarde, rekening houdend met het feit dat Tsjaikovski Brahms omschreef als "een talentloze bastaard". Een zeer bekend wijsje uit dit ballet is het Divertissiment - Pizzicato.
In 1882 schreef Delibes een pastiche van deuntjes en dansen voor Le roi s'amuse van Victor Hugo (hetzelfde werk waarop Verdi de figuur van Rigoletto had gebaseerd).
Zijn beroemdste opera Lakmé (1883) vertelt het verhaal van een onmogelijke liefde tussen een Brits officier en Lakmé, de dochter van een Indische priester in het India van de 19e eeuw. De scène et légende de la fille du paria (scène en verhaal van de dochter van de paria) met zijn Air de clochette (in Nederland bekend als de klokjesaria) waarin Lakmé bijna bezeten zingt over een legendarisch klokje in de wouden, is een bravourestuk voor coloratuursopranen.
Een andere, zeer bekende, aria uit deze opera is het Bloemenduet, (Duo des fleurs) een barcarolle.
Ook het duet D'où viens-tu? Que veux-tu (Van waar kom je? Wat wil je?) wordt als een uitdaging voor de zangers beschouwd.
Bij zijn overlijden in 1891 liet Delibes een onvoltooide opera achter, Kassya. Deze opera werd later door Jules Massenet voltooid.
Delibes is de geschiedenis ingegaan als een meester van de traditionele Franse muziek, licht en melodieus. Of zoals hij zelf zei: « Pour ma part, je suis reconnaissant à Wagner des émotions très vives qu’il m’a fait ressentir, des enthousiasmes qu’il a soulevés en moi. Mais si, comme auditeur, j’ai voué au maître allemand une profonde admiration, je me refuse, comme producteur, à l’imiter. ». Vrij vertaald : "Ik ben Wagner erkentelijk voor de levendige emoties die hij mij liet voelen, het enthousiasme dat hij bij mij heeft opgewekt. Maar hoewel ik, als luisteraar, de Duitse meester mijn bewondering toedraag, weiger ik, als producent, hem te imiteren."