Аrias
Duo's...
Opera's
Cantates
Componisten
Switch to English

Aria: A te ascenda, O Dio clemente

Componist: Verdi Giuseppe

Opera: Stiffelio

Rol: Lina (Sopraan)

Download gratis partituren: "A te ascenda, O Dio clemente" PDF
Tosto ei disse! . . . Ah son perduta!
Quai discolpe usar potrei?
Il rimorso mi fa muta,
Un accento non avrei.
Questa misera tradita
Niuno in terra può salvar.

A te ascenda, o Dio clemente,
Il sospiro, il pianto mio . . .
Tu perdona, o colla vita
Possa l'onta cancellar!
Perder dunque voi volete. Lina. Stiffelio. VerdiD'amor sull'ali rosee... Tu vedrai che amore in terra. Leonora. Il trovatore. VerdiAh conforto è sol la speme. Gulnara. Il corsaro. VerdiOr tutti, sorgete. Lady Macbeth. Macbeth. VerdiUna macchia è qui tuttora!. Lady Macbeth. Macbeth. VerdiDe quels transports poignants et doux. Elisabeth of Valois. Don Carlos. VerdiSe vano è il pregare...No giusta causa non è d'Iddio. Giselda. I Lombardi alla prima crociata. VerdiMes plaintes mes plaintes sont vaines. Hélène. Jérusalem. VerdiTacea la notte... Di tale amor che dirsi. Leonora. Il trovatore. VerdiViens à nous, Dieu tutelaire (Deh! tu calma, o Dio possente). La Duchesse Hélène (La Duchessa Elena). Les vêpres siciliennes. Verdi
Wikipedia
Stiffelio is een opera in drie bedrijven van Giuseppe Verdi op een Italiaans libretto van Francesco Maria Piave, gebaseerd op het toneelstuk Le pasteur, ou L'évangile et le foyer van Émile Souvestre en Eugène Bourgeois.
De première vond plaats in het Teatro Grande, Triëst op 16 november 1850.
De originele versie van Stiffelio stuitte op heftige censuur, aangezien het ging over een protestantse dominee met een overspelige echtgenote en een finale waarin hij haar vergeeft met woorden die letterlijk uit het Nieuwe Testament waren overgenomen. Er waren zelfs twee herziene versies van de opera, de eerste uit 1851, genaamd Guglielmus Wellingrode (waarin de held een Duitse Eerste Minister werd), en een tweede in 1857, de opera Aroldo in vier bedrijven, een nog radicalere verandering, waarin de held een Engelse kruisvaarder is, en de slotscène vervangen is door een geheel nieuw (vierde) bedrijf.
Scène 1: De hal in het kasteel van graaf Stankar Dominee Stiffelio vertelt dat een veerman hem een portefeuille heeft toevertrouwd van een man die die na een amoureus avontuur had verloren. In een daad van christelijke naastenliefde heeft hij dit bewijs van overspel vernietigd. Stankar krijgt argwaan wanneer Raffaele een briefje in een boek achterlaat voor zijn dochter Lina.
Scène 2: Dezelfde locatie enkele uren later Ook dominee Jorg heeft de actie van Raffaele gezien, maar denkt hierbij aan Federico, de neef van Lina. Stankar verwijdert de notitie uit het boek.
Een begraafplaats nabij het kasteel Lina bezoekt het graf van haar moeder. Ze wijst de avances van Raffaele, die haar gevolgd is, af. Aanvankelijk had ze aan zijn verleidingen in een moment van zwakte toegegeven, maar ze heeft inmiddels spijt. Haar vader daagt Raffaelle uit voor een duel om de eer van zijn familie te redden. De nietsvermoedende Stiffelio probeert de beide mannen met elkaar te verzoenen. Als hij echter de ware toedracht hoort wordt hij verteerd door jaloezie en weigert Lina te vergeven.
Scène 1: Een kamer in het kasteel van graaf Stankar Stiffelio eist van Lina dat ze haar keuze maakt, waarbij Rafaelle ongezien toehoorder is. Omdat Stiffelio zijn echtgenote nog steeds niet wil vergeven vraagt zij hem haar als dominee de biecht af te nemen. Stankar, die Raffaele betrapt en niet weet dat Stiffelio hem hiertoe gedwongen heeft, dood Raffaelle om de eer van de familie te redden.
Scène 2: Een kerk Stiffelio moet een preek houden voor zijn kerkgemeente. Als hij de bijbel opent stuit hij op het verhaal van de overspelige vrouw. Dit brengt hem er toe zijn echtgenote ten overstaan van de gemeente te vergeven.
Noot: "Cat:" is een afkorting voor catalogusnummer van het label; "ASIN" is een referentienummer van amazon.com.
Oberto (1839) · Un giorno di regno (1840) · Nabucco (1842) · I Lombardi alla prima crociata (1843) · Ernani (1844) · I due Foscari (1844) · Giovanna d'Arco (1845) · Alzira (1845) · Attila (1846) · Macbeth (1847) · I masnadieri (1847) · Jérusalem (1847) · Il corsaro (1848) · La battaglia di Legnano (1849) · Luisa Miller (1849) · Stiffelio (1850) · Rigoletto (1851) · Il trovatore (1853) · La traviata (1853) · Les vêpres siciliennes (1855) · Simon Boccanegra (1857) · Aroldo (1857) · Un ballo in maschera (1859) · La forza del destino (1862) · Don Carlos (1867) · Aida (1871) · Otello (1887) · Falstaff (1893)