Аrias
Duo's...
Opera's
Cantates
Componisten
Switch to English

Aria: Mentre gonfiarsi l'anima parea

Componist: Verdi Giuseppe

Opera: Attila

Rol: Attila (Bas)

Download gratis partituren: "Mentre gonfiarsi l'anima parea" PDF
Mentre gonfiarsi l'anima parea dinanzi a Roma,
M'apparve immne un veglio, che m'afferrò la chioma...
Il senso ebb'io travolto, la man gelò sul brando;
Ei mi sorrise in volto, e tal mi fe'comando :

<T'arretra! Or chiuso è il varco; questo de'Numi è il suol!>>

In me tai detti suonano cupi, fatali ancor,
E l'alma in petto ad Attila s;agghiaccia pel terror.
L'orror del tradimento… Ma tu superbo giovane. Oberto. Oberto. VerdiCome dal ciel precipita. Banco. Macbeth. VerdiMa quando un suon terrible. Pagano. I Lombardi alla prima crociata. VerdiEhi paggio! ... L'onore! Ladri!. Sir John Falstaff. Falstaff. VerdiVa, vecchio John. Sir John Falstaff. Falstaff. VerdiUn ignoto tre lune or saranno. Massimiliano. I masnadieri. VerdiInfin che un brando vindice. Don Ruy Gomez de Silva. Ernani. VerdiDans l'ombre et la silence (Nell'ombra e nel silenzio). Jean Procida (Giovanni da Procida). Les vêpres siciliennes. VerdiIl mio sangue la vita darei. Count Walter. Luisa Miller. VerdiQuand'ero paggio del Duca di Norfolk. Sir John Falstaff. Falstaff. Verdi
Wikipedia
Attila is een opera met een proloog en drie bedrijven van Giuseppe Verdi op een Italiaans libretto van Temistocle Solera, gebaseerd op het toneelstuk Attila, König der Hunnen ("Attila, koning van de Hunnen") van Zacharias Werner.
Oorspronkelijk had Verdi Francesco Maria Piave gevraagd voor het libretto, naar het scenario van Verdi zelf. Nadat hij het werk van Piave ongeschikt vond ging Verdi naar Solera, maar keerde uiteindelijk terug naar Piave voor het derde bedrijf. De première vond plaats in het Teatro La Fenice in Venetië op 17 maart 1846.
De aria "E gettata la mia sorte" van Ezio is een goed voorbeeld van Verdi’s karakteristieke manier van componeren en verwierf in die tijd aanzien bij het publiek in relatie tot het invoeren van een liberale staat door Ferdinand II. Een commentaar uit die tijd was dat het werk geschikt was voor "politiek onderwijs aan het volk", al was er ook kritiek, waarin de opera als "Teutonisch" werd omschreven.
In de geruïneerde stad Aquileia zijn Atilla en zijn wrede troepen verrast een groep vrouwen te zien die als krijgsgevangenen gespaard zijn gebleven. Hun leidster, Odabella, vraagt waarom de vrouwen van de Hunnen thuis zijn gebleven (aria: "Allor che i forti corrono"). Attila, onder de indruk van haar moed, biedt haar een gunst aan, waarop zij een zwaard vraagt om de dood van haar vader te wreken, die door de hand van Attila zelf gesneuveld is (aria: "Da te questo or m'è concesso"). De Romeinse afgezant Ezio vraagt audiëntie en stelt een tweedeling van het rijk voor: "het universum voor U en Italië voor mij "; Attila wijst hem af als een verrader van zijn eigen land. Langzaam verandert het toneel in een moeras, het toekomstige beeld van Venetië. Een boot met Foresto en andere overlevenden arriveert; hij denkt aan de gevangengenomen Odabella (aria "Ella in poter del barbaro"), maar komt dan tot zichzelf en begint met de anderen een stad te bouwen (aria "Cara patria già madre e reina").
Atilla's kamp
Odabella beklaagt zich over het verlies van haar vader en Foresto (aria "Oh! Nel fuggente nuvolo"), want ze gelooft dat ze beiden zijn gestorven. Als Foresto plotseling verschijnt is ze op haar hoede, zij ontkent elke ontrouw en herinnert hem aan Judith. Attila ontwaakt in zijn tent en vertelt Uldino geschokt van zijn droom, waarin een oude man hem bij de poorten van Rome aanhield en hem waarschuwde terug te keren zonder Rome aan te vallen (aria "Mentre gonfiarsi l'anima parea"). Met de komst van het daglicht keert ook zijn moed terug en hij geeft zijn marsorders (aria "Oltre quel limite, t'attendo, o spettro"). Als er echter een stoet nadert herkent hij de Romeinse bisschop Leo en hij stort in.
Ezio's kamp
Ezio is teruggeroepen nadat de vrede is gesloten. In de aria "Dagl'immortali vertici" vergelijkt hij Romes vergane glorie met het kind en keizer Valentine. Als hij Foresto, incognito, herkent tussen de boodschappers die een uitnodiging brengen voor een banket met Attila, stemt hij ermee in zich bij diens troepen te voegen (aria "E' gettata la mia sorte"). Aan het banket spant Foresto samen om Atilla te laten vergiftigen door Uldino; daartegenover zien we Odabella, jaloers en vervuld van haar eigen wraakgevoelens. Een dankbare en nietsvermoedende Attila verklaart dat zij zijn vrouw zal worden en stelt de ongemaskerde Foresto onder haar hoede.
Het bos
Foresto beklaagt zich over Odabella’s kennelijke verraad (Aria "Che non avrebbe il misero"). Ezio arriveert en openbaart zijn plan om een hinderlaag te leggen voor de Hunnen; dan komt Odabella, die probeert zijn vertrouwen te winnen. Attila ontdekt de drie verraders en ontdekt het bedrog. Odabella steekt hem neer.
Oberto (1839) · Un giorno di regno (1840) · Nabucco (1842) · I Lombardi alla prima crociata (1843) · Ernani (1844) · I due Foscari (1844) · Giovanna d'Arco (1845) · Alzira (1845) · Attila (1846) · Macbeth (1847) · I masnadieri (1847) · Jérusalem (1847) · Il corsaro (1848) · La battaglia di Legnano (1849) · Luisa Miller (1849) · Stiffelio (1850) · Rigoletto (1851) · Il trovatore (1853) · La traviata (1853) · Les vêpres siciliennes (1855) · Simon Boccanegra (1857) · Aroldo (1857) · Un ballo in maschera (1859) · La forza del destino (1862) · Don Carlos (1867) · Aida (1871) · Otello (1887) · Falstaff (1893)