Аrias
Duo's...
Opera's
Cantates
Componisten
Switch to English

Aria: O Patria Mia

Componist: Verdi Giuseppe

Opera: Aida

Rol: Aïda (Sopraan)

Download gratis partituren: "O Patria Mia" PDF
AIDA
entra cautamente
Qui Radamès verrà!... Che vorrà dirmi?
Io tremo... Ah! se tu vieni
A recarmi, o crudel, l'ultimo addio,
Del Nilo i cupi vortici
Mi daran tomba... e pace forse, e oblio.

O patria mia, mai più ti revedrò!
O cieli azzurri, o dolci aure native,
Dove sereno il nio mattin brillò,
O verdi colli, o profumate rive,
O patria mia, mai più ti revedrò!
O fresche valli, o queto asil beato,
Che un dì promesso dall'amor mi fu;
Or che d'amore il sogno è dileguato,
O patria mia, non ti vedrò mai più!
La luce langue. Lady Macbeth. Macbeth. VerdiDa Gusman sul fragil barca. Alzira. Alzira. VerdiNell'astro più che fulgido. Alzira. Alzira. VerdiMadre, pietosa Vergine. Leonora. La forza del destino. VerdiNon fu sogno. Giselda. I Lombardi alla prima crociata. VerdiSaper vorreste. Oscar. Un ballo in maschera. VerdiNon so le tetre immagini. Medora. Il corsaro. VerdiLo vidi e'l primo palpito. Luisa Miller. Luisa Miller. VerdiCaro nome. Gilda. Rigoletto. VerdiA te ascenda, O Dio clemente. Lina. Stiffelio. Verdi
Wikipedia
Aida is een opera in vier akten van Giuseppe Verdi uit 1871. Het libretto is van de hand van Antonio Ghislanzoni gebaseerd op een thema van François Auguste Ferdinand Mariette en een schets in het Frans van Camille du Locle. De opdracht voor het schrijven van de opera is gegeven naar aanleiding van de opening van het nieuwe operagebouw van Caïro.
De opera beleefde zijn première in Caïro op 24 december 1871 (onder leiding van Verdi’s vriend de contrabassist, componist en dirigent Giovanni Bottesini) en in Italië in het Teatro alla Scala in Milaan op 8 februari 1872 en wordt nog steeds regelmatig opgevoerd bij de piramides van Gizeh.
Aida is een tragisch verhaal dat zich afspeelt in het oude Egypte. Ethiopische troepen zijn onderweg om Egypte aan te vallen, en Egypte bereidt zich voor op oorlog. Legerkapitein Radames krijgt het opperbevel. Prinses Amneris, dochter van de Egyptische farao, begeert Radames hevig, maar deze gevoelens zijn niet wederzijds, want Radames heeft een heimelijke liefdesrelatie met Aida, een slavin van prinses Amneris. In Egypte weet niemand dat Aida een dochter is van Amonasro, de koning van Ethiopië. Aida wordt verscheurd tussen enerzijds haar liefde voor haar vader en haar vaderland Ethiopië en anderzijds haar liefde voor Radames, die de oorlog tegen haar vaderland leidt. Zij verlangt naar de dood als uitweg.
Onder leiding van Radames behaalt Egypte een klinkende overwinning op Ethiopië, en Radames wordt als een triomfator gehuldigd (de triomfscène). De farao schenkt hem de hand van zijn dochter Amneris. Dit stemt Radames echter niet gelukkig, want hij bemint slechts Aida. Onder druk gezet door haar vader, de Ethiopische koning Amonasro, verleidt Aida Radames om haar de geheime route van het Egyptische leger naar Ethiopië te vertellen. Dit wordt afgeluisterd door Amonasro, die het wil gebruiken om de oorlog tegen Egypte te hervatten. De jaloerse prinses Amneris ontdekt dit en slaat alarm, waarop Radames van verraad wordt beschuldigd. De kortgeleden nog als grote held gehuldigde wordt nu door de Egyptische priesters veroordeeld tot "de dood der eerlozen": levend ingemetseld worden in de tombe onder de tempel van de Egyptische godheid Ptah. Prinses Amneris betreurt nu haar jaloezie, wordt gekweld door wroeging en protesteert vergeefs tegen het vonnis van de priesters.
Als Radames opgesloten zit in de tombe treurt hij dat hij noch het daglicht, noch Aida ooit terug zal zien. Maar tot zijn verbijstering bemerkt hij ineens Aida. Zij had zich in de tombe verborgen en zegt Radames dat zij in zijn armen wil sterven. Terwijl boven hen in de tempel prinses Amneris in rouwkleding treurt, sterft Aida inderdaad in de armen van Radames.
De relatie tussen Aida, Radames en Amneris is een krachtige liefdesdriehoek in de geschiedenis van de opera, waarbij elk karakter muzikaal wordt neergezet.
Radames bewijst zich vanaf het begin van de opera met zijn aria Celeste Aida, waarbij de tenor al meteen zijn kunnen mag bewijzen met lange meeslepende melodielijnen. Deze aria eindigt met een climax tot de hoge bes, waarbij Verdi noteerde dat deze pianissimo en uitstervend moet worden gezongen, wat de meeste tenoren overigens negeren: ze eindigen fortissimo en krijgen dan ook nog een appreciërend applaus van het overweldigde publiek.
De scène waarin Amneris ontdekt dat Aida Radames vurig bemint heeft een dubbel dramatisch contrast. Enerzijds is er de rivaliteit tussen de twee vrouwen, anderzijds is er het contrast tussen hun persoonlijke vete en de feestelijke sfeer van de overwinning buiten. Het off-stage koor schreeuwt om de dood van de vijand, terwijl Amneris dreigt met wraak op Aida, die bidt om vergiffenis van de goden.
Amneris, de rivale van Aida, zit zelf ook gevangen tussen tegenstrijdige gevoelens wanneer ze later tracht de priesters om te praten om Radames vergiffenis te schenken voor zijn verraad. Dit is een sterk dramatisch moment in de opera, waarbij Verdi een van zijn beste muziekstukken schreef voor de mezzosopraan, tegenover een koor van priesters.
Een ander beroemd fragment is de Triomfmars, niet het minst door de plotselinge modulatie midden in het thema voor de trompetten.
Verdi zat met het probleem van het oosterse effect in zijn muziek. Moest hij oriëntaalse invloeden of instrumenten in zijn opera integreren? Hij vond een perfecte oplossing in de scène in de tempel van Ptah, waarbij hij een 'westerse' ritmische begeleiding schreef voor de harp en het orkest, met de ongebruikelijke 'oosterse' melodische intervallen in de solo van de hogepriesteres waarin ze de god aanroept.
Voorts is met name de triomfmars beroemd. Verdi schreef voor dit gedeelte het gebruik van speciale trompetten voor, zogeheten As-trompetten.
Opmerking: "Cat:" staat voor catalogusnummer van de maatschappij; "ASIN" is het productreferentienummer op amazon.com.
Oberto (1839) · Un giorno di regno (1840) · Nabucco (1842) · I Lombardi alla prima crociata (1843) · Ernani (1844) · I due Foscari (1844) · Giovanna d'Arco (1845) · Alzira (1845) · Attila (1846) · Macbeth (1847) · I masnadieri (1847) · Jérusalem (1847) · Il corsaro (1848) · La battaglia di Legnano (1849) · Luisa Miller (1849) · Stiffelio (1850) · Rigoletto (1851) · Il trovatore (1853) · La traviata (1853) · Les vêpres siciliennes (1855) · Simon Boccanegra (1857) · Aroldo (1857) · Un ballo in maschera (1859) · La forza del destino (1862) · Don Carlos (1867) · Aida (1871) · Otello (1887) · Falstaff (1893)