Аrias
Duo's...
Opera's
Cantates
Componisten
Switch to English

Aria: La brise est douce

Componist: Gounod Charles

Opera: Mireille

Rol: Mireille (Sopraan)

Download gratis partituren: "La brise est douce" PDF

MIREILLE
Puisque Vincent le veut, amis, faites silence, 
Nous allons chanter, tour à tour!

Chanson de Magali

La brise est douce et parfumée,
L'oiseau s'endort sous la ramée
Au fond du bois silencieux!
La nuit sur nous étend son voile;
Et dans les cieux
Je vois une amoureuse étoile
Luire à mes yeux!

VINCENT
O Magali, ma bien-aimée,
Fuyons tous deux sous la ramée, 
Au fond du bois silencieux!
La nuit sur nous étend ses voiles
Et tes beaux yeux 
Vont faire pâlir les étoiles
Au sein des cieux!

MIREILLE
Non, non, je me fais hirondelle,
Et je m'envole à tire-d'aile!
Tu peux aller au bois seulet.

VINCENT
Adieu donc! fuis à perdre haleine,
Pauvre oiselet!
L'oiseleur te prendra sans peine
En son filet.

MIREILLE
C'est en vain que tu me crois prise;
Je suis nuage!

VINCENT
Et moi, la brise,
Je t'emporte dans un rayon!

MIREILLE
Je suis le bluet qui sommeille
Dans le sillon…

VINCENT
Pour t'avoir, je me fais abeille
Ou papillon.

MIREILLE
Le cloître enfin m'ouvre ses portes.

VINCENT
Je suis le missel que tue portes
C'est moi qui te consolerai.

MIREILLE
Si tu me suis au monastère,
Là je mourrai!

VINCENT
Alors je me ferai la terre;
Et je t'aurai!

MIREILLE
Maintenant je me crois aimée!
Fuyons tous deux sous la ramée,
Au fond du bois silencieux!
La nuit sur nous étend son voile;
Et dans les cieux
Je vois une amoureuse étoile,
Luire à mes yeux!

VINCENT ET MIREILLE
La nuit sur nous étend son voile;
Et dans les cieux
Je vois une amoureuse étoile,
Luire à mes yeux!

LES ARLÉSIENNES et LES JOUVENCEAUX
Comme le jour au sein des cieux,
Comme une étoile,
Dans l'air sans voile,
L'amour rayonne dans leurs yeux!

Fanfares joyeuses.
Rires et cris confus au-dehors. Mireille et Vincent sont séparés par la foule qui envahit le théâtre.


DES ARLÉSIENS
Place, place aux coureurs! … sur l'arène brûlante
Au signal il vont s'élancer!
Landry va disputer le prix à Lagalante!
Qu'ils se donnent la main et l'on peut commencer!

Les coureurs se donnent solennellement la main. On entend un roulement de tambourins. À ce signal la foule se précipite vers les portes du cirque.

VOIX DIVERSES
C'est le signal! … courons! … vite! Il faut se presser!

Les coureurs s'élancent hors du cirque, suivis par toute la foule des curieux. Taven et Mireille se rencontrent au fond du théâtre.

Amour, ranime mon courage. Juliet. Roméo et Juliette. GounodAh! si je redevenais. Baucis. Philémon et Baucis. GounodIl a perdu ma trace. Baucis. Philémon et Baucis. GounodTu trouves donc que ce n'est pas assez. Hermosa. Le tribut de Zamora. GounodSous le poids de l'âge. Baucis. Philémon et Baucis. GounodQue de rêves charmants. Sylvie. La colombe. GounodAssez! je ne veux pas qu'on chante. Hermosa. Le tribut de Zamora. GounodThe Jewel Song ("Ah, je ris de me voir"). Marguerite. Faust. GounodApaisez blanche colombe. Mazet. La colombe. GounodPhilémon m'aimerait encore. Baucis. Philémon et Baucis. Gounod
Wikipedia
Charles François Gounod (Parijs, 17 juni 1818 - Saint-Cloud, 18 oktober 1893) was een Franse componist. De biografie van Charles Gounod wordt gekenmerkt door alle karakteristieke kunstenaarsallures. Zijn gemoedstoestanden wisselen tussen ambitie en moedeloosheid, rusteloze werkzaamheid en crisis, beminnelijkheid en twistziek gedrag, huwelijkstrouw en geneigdheid tot buitenechtelijke affaires. In zijn jeugd droomde hij ervan priester te worden en in kloosterlijke afzondering te leven. Hij noemde zichzelf een bepaalde tijd abbé en droeg een soutane.
Gounod werd in Parijs geboren op nr. 11 van de place St-André des Arts, als tweede zoon van een kunstenaars-echtpaar: zijn vader François-Louis Gounod (1758-1823) was een kunstschilder en zijn moeder Victoire Lemachois (1780-1858) een bekwaam pianiste. Gounod kreeg zijn basisopleiding aan het lyceum Saint-Louis, waar hij in 1835 zijn diploma behaalde. Van zijn moeder kreeg hij zijn eerste pianolessen. Hij studeerde eerst privé bij Antonín Rejcha en vanaf 1836 aan het Conservatoire national supérieur de musique van Parijs bij onder andere Jacques Fromental Halévy (fuga en contrapunt), Jean-François Lesueur (compositie), Ferdinando Paër, Luigi Cherubini en Pierre Zimmermann. In 1839 won hij met zijn cantate Fernand de Prix de Rome en daarmee een drie jaar durende reis naar Rome, waar hij woonde in de Villa Medici. Hij studeerde er de muziek van de oude meesters, vooral Italiaanse kerkmuziek van Giovanni da Palestrina.
Na zijn terugkomst werd Gounod Maître de Chapelle en organist in de kerk van de Missions étrangères in Parijs. Hij wilde priester worden en studeerde van 1846 tot 1848 aan St. Sulpice en woonde vanaf 1847 in een klooster van de Karmelieten. In 1852 huwde hij met Anne Zimmermann, de dochter van zijn pianoleraar aan het conservatorium. Van 1852 tot 1860 was hij directeur van het L'Orphéon de la Ville de Paris, het grootste mannenkoor van Parijs. Van 1870 tot 1875 woonde hij in Londen, waar hij het koor Gounod's Choir oprichtte dat later de Royal Choral Society werd.
Gedurende zijn gehele carrière bewoog Gounod zich tussen kerkmuziek en wereldlijke werken. Daarvan getuigt een omvangrijk oeuvre: liederen (die hij romances of eenvoudigweg «mélodies» noemde), koralen, motetten, missen, oratoria, schouwspelmuziek en rond 20 toneelwerken (menig ervan uitsluitend als fragment bewaard). Iets minder omvangrijk is de lijst van zijn instrumentale werken, waartoe behoren het vroege orkestwerk Scherzo (1837), twee symfonieën (beide 1851), twee marsen, verschillende pianostukken en als laatste de belangrijke Petite symfonie voor harmonieorkest.
De kerkmuziek van Gounod is vaak ten onrechte als imitatie van Palestrina's en Händels werken gezien. Inderdaad hadden de missen van Palestrina hem als bezoeker van de hoogmissen in de Sixtijnse Kapel enthousiast gemaakt en ze hebben hem zeker bepaalde ideeën ingegeven. Maar ook de latere wereldlijke werken werden door de muziekcritici - evenzeer ten onrechte - als epigonistische bijdragen in de stijl van Christoph Willibald Gluck, Gaspare Spontini en Robert Schumann beschouwd. Maar de kracht van Gounod was de bevrijding van de Franse muziek van de Italiaanse en Duitse invloeden en dat herkenden en waardeerden vooral patriottische kunstenaars zoals Camille Saint-Saëns, Paul Dukas, Claude Debussy en Maurice Ravel. Belangrijk is Gounods talent voor het lyrisch-sentimentele stemmingsschilderij, gedragen door een overvloed aan mooie, zingbare melodieën. Verbindend element is een elegante, meestal folkloreachtige stijl.
De liturgische muziek is ingebed in een romantisch fluïdum, dat samensmelt met een sobere religiositeit. Daarvoor is de door vele critici als pseudokunst geziene Bach-meditatie over de prelude in C-groot uit het 1e deel van het Wohltemperiertes Klavier, het tot een "wereldhit" geworden Ave Maria, een overtuigend bewijs.
De grote inkomsten uit zijn gehele oeuvre maakten het Gounod mogelijk een normaal leven in zijn villa in Montretout te voeren, ook in zijn laatste jaren. Hij werd benoemd tot lid van de Parijse Academie en tot Commandeur in het Legioen van Eer en een foto van zijn staatsbegrafenis in oktober 1893 getuigt van de buitengewone verering voor de veelvoudig getalenteerde Maître.
Haendel · Lulli · Scarlatti · Mozart · Cherubini · Weber · Berlioz · Chopin · Liszt · Wagner · Gounod · Reincken · Schuijt · Obrecht · Sweelinck · Orl. Lassus · Clemens n.P. · Wanning · Brahms · Rubinstein · Niels Gade · Verhulst · Schumann · Mendelssohn · Schubert · Spohr · v. Beethoven · Haydn · Bach · Strawinsky · Pijper · Ravel · Reger · Wagenaar · Tschaikovsky · Zweers · Bruckner · Mahler · Franck · Diepenbrock · Debussy · Dopper · Rich. Strauss · Röntgen · Bartók · Dvořák