Аrias
Duo's...
Opera's
Cantates
Componisten
Switch to English

Aria: Ne malo vremeni proslo s tech por

Componist: Borodin Aleksandr

Opera: Prince Igor

Rol: Princess Yaroslavna (Sopraan)

Download gratis partituren: "Ne malo vremeni proslo s tech por" PDF
Ach! Plachu ja, gor'ko plachu ja. Princess Yaroslavna. Prince Igor. BorodinO Patria Mia. Aïda. Aida. VerdiDis-moi que je suis belle. Thaïs. Thaïs. MassenetTu del mio Carlo al seno. Amalia. I masnadieri. VerdiDeh! Non ferir… Alla gioia ed al piacer. Bianca. Bianca e Fernando. BelliniEn proie à la tristesse. La Comtesse. Le comte Ory. RossiniLes oiseaux dans la charmille (The Doll Song). Olympia. Les contes d'Hoffmann. OffenbachJak jest mi jen?. Lenka. The Stubborn Lovers. DvořákDopo l'oscuro nembo. Nelly. Adelson e Salvini. BelliniChacun le sait. Marie. La fille du régiment. Donizetti
Wikipedia
Aleksandr Porfirjevitsj Borodin (Russisch: Александр Порфирьевич Бородин) (Sint-Petersburg, 12 november 1833 – aldaar, 27 februari 1887) was een Russisch componist en chemicus. Hij was lid van Het Machtige Hoopje, een groep van vijf Russische componisten die zich toelegden op specifiek Russische muziek.
Borodin werd geboren in Sint-Petersburg als buitenechtelijke zoon van de Georgische edelman Loeka Gedevanisjvili (Georgisch: ლუკა სიმონის ძე გედევანიშვილი) en diens minnares de Russische, 25 jaar oude Jevdokia Konstantinovna Antonova (Russisch: Евдокия Константиновна Антонова). Geheel volgens de gebruiken van die tijd werd hij bij zijn geboorte ingeschreven als zoon van een ander, van de adellijke bediende, Porfiri Ivanovitsj Borodin.
Als jongen kreeg hij een zeer goede opleiding, waaronder pianolessen. Aanvankelijk bekwaamde hij zich in de geneeskunde, aan een instelling waaraan later Ivan Pavlov verbonden was, en vervolgens in de chemie. Hij begon in 1862 compositielessen te nemen bij Mili Balakirev, toentertijd hoogleraar in de chemie. Het jaar daarop huwde hij de jonge pianiste Jekaterina Protopopova. Ze kregen drie dochters. Muziek bleef Borodins tweede roeping, naast een loopbaan als chemicus en fysicus. Hij was lid van 'Het Machtige Hoopje' (ook bekend als 'De Vijf'), dat naast Borodin en de informele leider Balakirev bestond uit Nikolaj Rimski-Korsakov, Modest Moessorgski en César Cui. De groep, met als ideoloog Vladimir Stassov, spande zich in voor het scheppen van een nationale Russische muziek met minder West-Europese invloed dan die van bijvoorbeeld Pjotr Iljitsj Tsjaikovski. Hoewel de leden op muzikaal gebied amateurs waren en hun hoofdberoep uitoefenden in andere disciplines, was hun invloed behoorlijk groot.
In 1869 dirigeerde Balakirev de eerste symfonie van Borodin, die in hetzelfde jaar aan zijn tweede symfonie begon. Deze was geen succes bij de première, maar in 1880 organiseerde Franz Liszt een uitvoering in Duitsland die Borodin faam buiten Rusland bezorgde.
Ook begon Borodin in 1869 aan de opera Vorst Igor (zie ook Igorlied), volgens sommigen zijn voornaamste werk. De opera bevat de Polovetzer dansen, die meestal als een zelfstandig stuk worden uitgevoerd en in deze vorm waarschijnlijk zijn bekendste compositie vormen. Bij zijn dood was de opera niet volledig, daar hij onvoldoende tijd had voor componeren door zijn werk als scheikundige. De opera werd postuum voltooid door Nikolaj Rimski-Korsakov en Aleksandr Glazoenov.
Ondanks zijn erkenning als een bekwaam componist verdiende Borodin zijn inkomen als chemicus en genoot hij aanzien op dat gebied. Als gevolg hiervan is zijn oeuvre niet zo groot als dat van zijn tijdgenoten. Wel componeerde hij het populaire, aan de steppe gewijde symfonische gedicht In de steppen van Centraal-Azië, twee strijkkwartetten, een strijkkwintet en een aantal liederen en pianostukken. Ook begon hij aan een derde symfonie, maar deze was onvolledig bij zijn dood. De tweedelige symfonie is door Glazoenov voltooid.
Borodin overleed als gevolg van een hartaanval tijdens een bal op 27 februari 1887. Hij werd begraven op de Tichvin-begraafplaats van het Alexander Nevski-klooster in Sint-Petersburg.
Borodin werd vooral bekend door zijn werk met aldehyden. Tussen 1859 en 1862 hield Borodin een postdoc in Heidelberg. Hij werkte in het laboratorium van Emil Erlenmeyer aan benzeenderivaten. Hij bracht ook tijd door in Pisa, alwaar hij werkte aan organische halogenen. Een in 1862 gepubliceerd experiment omschreef een eerste nucleofiele substitutie van chloor door fluor in benzoylchloride.
Borodins muziek is gebruikt in de musical Kismet (1953) van Robert Wright en George Forrest. Borodin kreeg in 1954 postuum een Tony Award voor zijn muzikale bijdrage aan deze show. Vooral van het lied Stranger in Paradise, gebaseerd op de Glijdende dans van de meisjes uit de Polovetzer dansen, bestaan vele versies. De bekendste is van Tony Bennett.