Аrias
Duo's...
Opera's
Cantates
Componisten
Switch to English

Aria: Vainement, ma bien-aimée

Componist: Lalo Édouard

Opera: Le roi d'Ys

Rol: Mylio (Tenor)

Download gratis partituren: "Vainement, ma bien-aimée" PDF
Le vincende della sorte hanno sempre un novo aspetto. Demetrio. Berenice. HändelCredeasi, misera. Lord Arturo Talbot. I puritani. BelliniQue les destins prospères. Le Comte. Le comte Ory. RossiniAh! je vais l'aimer. Bénédict. Béatrice et Bénédict. BerliozUn disprezzato affetto, un misero sospetto. Ottone. Ottone. HändelGuerra e pace, Egizia terra, a te porto. Fabio. Berenice. HändelCiel che feci?. Riccardo. Oberto. VerdiDi ladroni attorniato. Carlo. I masnadieri. VerdiEccomi ingiusti Numi... Chi sa dirmi, o mia speranza. Aureliano. Aureliano in Palmira. RossiniCome un bel dì di maggio. Andrea Chénier. Andrea Chénier. Giordano
Wikipedia
Édouard Victoire Antoine Lalo (Rijsel, 27 januari 1823 - Parijs, 22 april 1892) was een Frans violist en componist. Hij behoort tot die componisten, die er naar streefden in de laatste dertig jaren van de 19e eeuw de Franse muziek te vernieuwen. Hij componeerde vooral instrumentale muziek. Omdat deze muziek meestal na 1870 werd uitgevoerd, bleef Lalo voor het grote publiek voor een lange tijd onbekend.
Lalo, een telg uit een officiersgezin dat in de 16e eeuw van Spanje naar Frankrijk geëmigreerd was, had al vroeg interesse voor muziek. Vanaf 1833 studeerde hij muziektheorie en viool bij professor Müller, cello bij Peter Baumann aan het Conservatoire National de Région de Lille in Rijsel. In 1839 verhuisde hij naar Parijs en studeerde viool bij Pierre de Sales Baillot en later bij François-Antoine Habeneck. Verder studeerde hij privé compositie bij de pianist en muziekleraar Julius Schulhoff, maar hij beschouwde zichzelf later als compositorische autodidact. Door Schulhoff kwam hij ook in contact met Joseph-Eugène Crèvecoeur (1819-1891), bij wie hij eveneens enige tijd compositie studeerde, alhoewel Crèvecoeur slechts vier jaar ouder was. Zijn levensonderhoud verdiende Lalo als violist – in 1849-1850 speelde hij mee in een orkest – en muziekleraar.
Zijn eerste bekende composities zijn liederen met pianobegeleiding uit 1848, waarvan hij twee partituren heeft voorgelegd aan Hector Berlioz. Hij raakte bevriend met de violist Jules Armingaud en diens vertrouweling, de componist en vioolvirtuoos Pablo de Sarasate. In 1855 richtte hij met zijn nieuwe vriend een strijkkwartet, het "Quatuor Armingaud", op, waarin hij aanvankelijk altviool en later tweede viool speelde. Hij leefde toen nog met zijn eerste vrouw in Puteaux in een financieel slechte situatie. Omdat toen in Frankrijk instrumentale muziek – met uitzondering van enige werken van Joseph Haydn, Wolfgang Amadeus Mozart en Ludwig van Beethoven – niet populair was, had hij met zijn kamermuzikale werken geen groot succes. Hij ontving meermalen de steun van Charles Gounod, die zijn muziek heeft gewaardeerd. In 1859 richtte hij een eigen strijkkwartet op. In 1865 huwde hij met zijn tweede vrouw, de altzangeres Julie Bernier de Maligny. Ze vertrokken naar Parijs, wat betere sociale kringen voor hem opende.
Zowel in de muziekkamer thuis als in andere privésalons in de Franse hoofdstad gaf hij concerten op vrijdagavond. Aan het begin van de jaren 1870 stelden zich ook eerste successen in. Na de verloren Frans-Duitse Oorlog van 1870-1871 werd de Société Nationale de Musique opgericht, die zich voor de vernieuwing van de Franse muziek inzette. Dit gezelschap poogde te concurreren met de als dominant opgevatte Duitse traditie van de symfonische en kamermuziek te concurreren en steunde daarom vooral de uitvoering van eigentijdse Franse instrumentale muziek. Binnen de door dit gezelschap georganiseerde concertreeksen werden ook werken van Lalo geprogrammeerd. De vooraanstaande dirigenten Charles Lamoureux en Étienne Jules Pasdeloup zetten zich in voor de composities van Lalo en de vioolvirtuoos Pablo de Sarasate speelde in 1874 en 1875 zijn vioolconcerten opus 20 en 21. Het waren grote successen en het tweede vioolconcert, getiteld Symphonie Espagnole op. 21, werd zijn bekendste instrumentale werk.
Door deze successen aangemoedigd nam hij ook als operacomponist een nieuwe aanloop. De in 1878 begonnen opera Le Roi d'Ys, gebaseerd op de Bretonse legende over de verzonken stad Ker-Ys, sloot hij af in 1887. Het werk beleefde eerst concertante deeluitvoeringen en werd door de directies van de theaters afgekeurd. Maar de première in 1888 aan de Opéra-Comique in Parijs betekende voor Lalo de uiteindelijke doorbraak als componist. Lalo heeft daarnaast nog een aantal opera's gecomponeerd, waarvan La jacquerie onvoltooid is gebleven. De aktes 2 tot 4 werden later door Arthur-Joseph Coquard voltooid. Fiesque werd pas in 2007 voor het eerst scenisch opgevoerd te Mannheim.